Certificeringen

EU bio

Het biologo mag alleen worden gebruikt op producten die door een erkende controlerende autoriteit of een erkend controleorgaan als biologisch zijn gecertificeerd. Daartoe moeten de producten voldoen aan strikte voorwaarden wat betreft de productie, de verwerking, het vervoer en de opslag ervan. Het logo mag uitsluitend worden gebruikt voor producten die voor ten minste 95% uit biologische ingrediënten bestaan en die voor de resterende 5% aan aanvullende strikte voorwaarden voldoen. 

Het EU Ecolabel is handig als u wilt letten op de milieuvriendelijkheid van de producten en diensten die u koopt. Het label heeft tot doel de negatieve effecten van productie en verbruik op het milieu, de volksgezondheid, het klimaat en de natuurlijke hulpbronnen te verminderen. Alleen producten, die voldoen aan strenge eisen in verband met milieukwaliteit én prestatie kunnen het Europese Ecolabel krijgen. Het EU Ecolabel maakt het u dus gemakkelijk om milieubewuste keuzes te maken. Het EU Ecolabel is betrouwbaar en biedt zekerheid: alle producten en diensten met de Bloem zijn door onafhankelijke instanties gecontroleerd op het naleven van de strenge milieucriteria.

GOTS label

Het GOTS-label is een internationaal label voor biologisch textiel, opgericht in 2002. Bij de productie van de kledij mogen geen schadelijke of kankerverwekkende stoffen worden gebruikt. Daarnaast legt GOTS de verplichting op een duurzaamheidsplan op te maken met aandacht voor water- en energieverbruik en afvalbeheer. Zo houdt het rekening met de maximale emissienormen voor water bij productie van het textiel. Er zijn bindende criteria inzake waterzuivering.

Verder gelden er kwaliteitsvereisten voor de producten. Er zijn criteria opgenomen voor de krimpbestendigheid bij wassen en drogen en voor de kleurvastheid bij transpiratie, wassen, nat en droog wrijven en blootstelling aan licht. Deze criteria zijn gebaseerd op de normen van het ISO (International Standards Organisation).

GOTS is slechts gedeeltelijk een sociaal label. Het label kijkt enkel naar de arbeidsomstandigheden binnen de textielverwerking, niet bij de katoenteelt.

Het label is verankerd in de Europese wetgeving. Het wordt beheerd door GOTS (Global Organic Textile Standard), een internationale organisatie die samengesteld is uit leden die vroeger elk een afzonderlijk label voor biologisch textiel hadden zoals bijvoorbeeld Organic Trade Association, Japan Organic Coton Association, International Association of Natural Textile Industry en JOCA (Japan). Nationale labels zoals IVN Naturtextil (Duitsland) en Soil Association (Verenigd Koninkrijk) zijn toegetreden tot het GOTS-label net zoals nog vele anderen. De controle gebeurt door onafhankelijke controleorganismen.

fair trade label

Fairtrade is een internationaal label voor eerlijke handel met het Globale Zuiden, opgericht onder de naam ‘Max Havelaar’ in 1988. 

Fairtrade garandeert goede arbeidsomstandigheden en omvat eveneens een reeks milieucriteria. Het label biedt (financiële) ondersteuning aan de landbouwer en zijn gemeenschap, d.m.v. gegarandeerde minimumprijzen en premies.

Het label wordt beheerd door FLO International (Fairtrade Labelling Organisation). Fairtrade International is een non-profit, multi-stakeholder organisatie, met 23 ledenorganisaties: drie producentennetwerken (Fairtrade Africa, Fairtrade Latin America en Fairtrade Asia), en 20 nationale Fairtrade organizaties (bijvoorbeeld Fairtrade Belgium, TransFair, Fairtrade Foundation en Max Havelaar Nederland). De controle gebeurt door een onafhankelijk controle-organisme, FLO-CERT.

oeko-tex_1

Oeko-Tex 100 is een internationaal label voor tapijten en ander textiel, opgericht in 1992.

Het label garandeert dat het eindproduct geen schadelijke stoffen bevat. Het label kijkt zowel naar natuurlijke als naar synthetische vezels.

Het label wordt beheerd door International Oeko-Tex Association, dat eveneens de controle uitvoert. Die oraganisatie ontstond als een vereniging van 16 onderzoeksinstituten voor textiel, waaronder Centexbel, het Technisch en Wetenschappelijk Centrum voor de Belgische Textielnijverheid.

Oeko-Tex 100 is gedeeltelijk een milieulabel. Het eindproduct mag geen residuen van pesticiden of zware metalen zoals lood of cadmium bevatten. Er zijn criteria opgenomen voor de kleurvastheid en wasbestendigheid. Het label houdt geen rekening met maximale emissienormen naar water en lucht bij productie van het textiel. Er is geen verbod op genetisch gemodificeerde organismen. Evenmin is er een verbod op schadelijke productieprocessen.  Oeko-Tex 100 houdt geen rekening met de herkomst van het textiel en maakt dus geen onderscheid tussen biologische en niet-biologische stoffen.

global_recycled_standard_2

De Global Recycled Standard is een internationaal label voor textiel. Het label werd opgericht in 2008.

Het label geeft aan dat de producten gemaakt zijn uit minimaal 50% gerecycleerd materiaal. 

Het label wordt beheerd door Textile Exchange, een internationale non-profitorganisatie die als doel heeft bedrijven aan te zetten duurzaamheidscriteria op te nemen in hun productieketen. 

De controle gebeurt door onafhankelijke controleorganismen. Het label bekijkt de volledige productieketen van het textiel en heeft criteria inzake milieumanagement en goede arbeidsomstandigheden.

Bij de productie mogen geen schadelijke of kankerverwekkende stoffen worden gebruikt. Daarnaast legt de Global Recycled Standard de verplichting op een duurzaamheidsplan op te maken met aandacht voor water- en energieverbruik en afvalbeheer. Verder zijn er maximale emissienormen voor afvalwater.
 
Het label legt een reeks van sociale criteria, gebaseerd op de ILO-Conventies, op voor alle bedrijven in de productieketen. Deze criteria omvatten onder meer een verbod op dwangarbeid of gebonden arbeid, vakbondsvrijheid en recht op collectief overleg, veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden, verbod op kinderarbeid, discriminatie, fysieke mishandeling of andere vormen van intimidatie. De lonen en aantal werkuren voldoen op zijn minst aan de nationale wettelijke vereisten, tenzij die hoger zijn dan de standaarden die vastgelegd zijn binnen de sector.
FSC label

FSC (Forest Stewardship Council) is een internationaal label voor duurzame bosbouw, opgericht in 1994.

Het label wordt beheerd door de Forest Stewardship Council (FSC), een internationale organisatie die ecologisch verantwoord, sociaal correct en economisch leefbaar bosbeheer wereldwijd promoot. De leden van FSC zijn vertegenwoordigers van ecologische en sociale groeperingen (zoals milieuorganisaties of vertegenwoordigers van inheemse volkeren), alsook economische actoren uit de houtsector en -handel, de papiersector of bosbeheerders, en dit van over de hele wereld.

De controle gebeurt door onafhankelijke, geaccrediteerde controleorganismen.

FSC is een multi-criteria-label, met heel wat milieuvereisten op vlak van verantwoord/duurzaam bosbeheer. De rode draad in FSC-gecertificeerd bosbeheer is het instandhouden van het bosecosysteem en alle gerelateerde bosfuncties. Het gaat hierbij niet enkel om het behoud van de biodiversiteit, maar evengoed rond het beschermen van de waterhuishouding van het bos en het bestrijden van schade en vervuiling (bijvoorbeeld het beschermen van de bodem tegen beschadiging).

Houtproducten met een FSC 100%-label bestaan voor de volle 100 procent uit vezels afkomstig van verantwoorde beheerde, FSC-gecertificeerde bossen.

Houtproducten met een ’FSC mix’ label bestaan voor minimaal 70 procent uit vezels of hout afkomstig van duurzaam bosbeheer (FSC-gecertificeerd bos) en/of gerecycleerd materiaal. De overige 30 procent mag niet eender wat zijn, maar dient te voldoen aan minimale herkomstvereisten waarbij bvb. illegale houtkap, ontbossing of genetisch gemanipuleerde bomen uitgesloten worden.

Houtproducten met een FSC Recycled-label bestaan voor de volle 100 procent uit gerecycleerde vezels of gerecycleerd hout.

PETA label

Peta approved vegan is een internationaal label voor dierenwelzijn. Het label wordt beheerd door de PETA (People for the Ethical Treatment of Animals), een non-profit organisatie die zich inzet voor dierenwelzijn.

Het label garandeert dat er geen ingrediënten van dierlijke oorsprong in het product aanwezig zijn. Het kan worden teruggevonden op onder meer kleding, schoenen en accessoires.

Het label wordt niet gecontroleerd door een externe controle-organisatie maar toegekend op basis van een autodeclaratie van de producent die betaalt voor het gebruik van het label.

fair wear label

Fair Wear Foundation is een internationaal multistakeholderinitiatief voor goede arbeidsomstandigheden in de textielsector, opgericht in 1999. Het is geen label inzake milieu.

Fair Wear Foundation is een sociaal multistakeholderinitiatief. De organisatie heeft tot doel de volgende goede praktijken in de textielverwerking ingang te doen vinden: vrije keuze van arbeid, een verbod op discriminatie, kinderarbeid of uitbuiting, het recht op vakbondsvrijheid en collectief overleg, veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden en tot slot ook op wettelijk bindende arbeidscontracten.

Ze ijveren ook voor de betaling van een correct loon en verbieden overdreven lange werkdagen. De lonen en het aantal werkuren moeten ten minste voldoen aan de nationale wettelijke vereisten of aan de standaarden die vastgelegd zijn binnen de sector, mochten deze hoger zijn dan de nationale wettelijke vereisten.

Fair Wear Foundation verifieert in hoeverre een merk voldoet aan de opgelegde criteria. Ze werken samen met bedrijven om de werkomstandigheden in de sector te monitoren en te verbeteren. Enkel bedrijven die 90% van hun leveranciers monitoren en een “performance score” van 75% behalen, mogen het logo van Fair Wear Foundation gebruiken. Het label garandeert niet dat alle producten in overeenstemming met deze principes gemaakt zijn.

Fair Wear Foundation werkt met progressieve criteria waarbij elk jaar gevraagd wordt om meer leveranciers te controleren en een hogere performance score te behalen. Ieder jaar controleert het multistakeholderinitiatief de vooruitgang van de bedrijven. Deze vooruitgangsrapporten zijn openbaar en kunnen worden geraadpleegd op de website. Op deze manier kunnen consumenten een beeld krijgen van de wijze waarop de leverancier de sociale criteria respecteert.

RSW label

De Responsible Wool Standard (RWS) is voor boeren een manier om aan het publiek te laten zien dat ze op een verantwoorde manier te werk gaan. De norm biedt merken en consumenten de zekerheid dat de wolproducten die ze kopen en verkopen in overeenstemming zijn met hun waarden. Zo verbiedt de RWS mulesing, waarbij boeren, vaak zonder verdoving, huid rond het achterwerk van schapen wegsnijden. Deze behandeling is bedoeld om vliegen, die op de urine en ontlasting op deze huid afkomen, weg te houden.

De RWS is een vrijwillige wereldwijde norm voor het welzijn van schapen en het land waarop ze grazen. De RWS controleert wat er op de boerderij gebeurt en is voor merken een transparante oplossing om bepaalde uitspraken te doen over de wol die ze inkopen. De norm is op een open en transparante manier opgesteld door een internationale werkgroep. 

 

B Corp label

B Corp staat voor Benefit Corporation. B Corps worden gecertificeerd door de non-profitorganisatie B Lab. Bedrijven met zo’n certificaat streven vrijwillig de hoogste standaarden na op het vlak van sociale en ecologische prestaties, verantwoordelijkheid en transparantie. Op die manier bewegen de bedrijven de economie samen richting inclusie en duurzaamheid.

Bedrijven met een B Corp-certificaat engageren zich bovendien binnen een wettelijk kader: bij elke beslissing moeten ze rekening houden met de impact ervan op hun werknemers, klanten, leveranciers, de samenleving en het milieu.

Vandaag zijn wereldwijd bijna 2800 ondernemingen verspreid over 150 sectoren en 64 landen B Corp-gecertificeerd. Vooral in de Verenigde Staten, Zuid-Amerika, Canada en Australië kent B Corp sinds de oprichting in 2007 veel succes. Sinds 2015 kunnen ook Europese bedrijven zich laten certificeren. Zestig organisaties namen toen het initiatief, waaronder enkele uit België en Nederland. Vandaag kent Europa al meer dan 500 B Corps, waarvan meer dan 75 in de Benelux.

BCI label

Het Better Cotton Initiative (BCI) is een samenwerkingsverband tussen ontwikkelingsorganisaties (zoals Solidaridad), milieuorganisaties (zoals het WWF) en het bedrijfsleven (zoals H&M, Adidas en Ikea). Het richt zich op het verduurzamen van de katoenteelt. 

BCI stelt eisen aan milieuvriendelijkere productie en waardig werk. Daarbij maakt ze onderscheid tussen kleine boeren en middelgrote & grote plantages. BCI schrijft geen specifieke methodes of technologieën voor, maar laat boeren/plantages zelf kiezen welke manier van duurzaam telen het beste bij hen past. De focus ligt op continue verbetering. Een belangrijk verschil met biologische katoen is dat BCI het gebruik van genetisch gemanipuleerde zaden (GMO) en van bestrijdingsmiddelen toestaat.

Een goed begin, maar eigenlijk weet je nog steeds niet wat soort katoen je hebt. 

Met meer dan 12000 bedrijven uit meer dan 160 landen en doorheen bijna alle sectoren, is het UN Global Compact één van ’s werelds grootste initiatieven naar een duurzamere wereld. Het is een oproep van de Verenigde Naties aan bedrijven en organisaties om doelen af te stemmen op globale principes omtrent mensenrechten, arbeidsomstandigheden, milieu en anti-corruptie en om er ook de nodige maatregelen voor te nemen.

Ondertekening van het UN Global Compact staat open voor alle soorten organisaties. Wie meewerkt, doet dat vrijwillig, maar moet ook rekenschap afleggen. Ondertekenaars zijn verplicht elk jaar een zogenoemd Communication on Progress op de centrale website van het Global Compact te publiceren om te laten zien wat de organisatie het afgelopen jaar gedaan heeft om de principes te helpen onderbouwen.

logo leather working group

Leather Working Group is een non-profitorganisatie die verantwoordelijk is voor ’s werelds toonaangevende milieucertificering voor de leerproductie-industrie. Als groep met meerdere belanghebbenden heeft LWG meer dan 1000 leden uit de hele leerketen, waaronder:

  • Merken en retailers die lederen producten aan consumenten verkopen
  • Fabrikanten van leer (ook bekend als leerlooierijen)
  • Handelaren in gedeeltelijk bewerkt en afgewerkt leer
  • Fabrikanten van leren kleding, schoenen en meubels
  • Leveranciers van chemicaliën, machines en testen voor de leerindustrie
  • Verenigingen binnen en gerelateerd aan de leerindustrie.

 

Sinds 2005 heeft LWG de beste milieupraktijken in de industrie geïdentificeerd en richtlijnen gegeven voor voortdurende verbetering.  Deze worden ook nog constant veranderd en verbeterd. Zij hebben een reeks aan audittools om de milieuprestaties van leerfabrieken te beoordelen – en ze certificeren degenen die aan de normen voldoen. Deze normen verstrengen voortdurend om zo tot een duurzamere  en duurzamere standaard te komen.

Tot nu toe was LWA vooral gericht op impact op milieu, niet zozeer op arbeidsomstandigheden, hoewel de veiligheid van arbeiders wel beoordeeld werd. In augustus 2021 gaat er een nieuw protocol in voege dat nu ook een sociale audit omvat. 

Het keurmerk Business Social Compliance Initiative, vaak afgekort als BSCI, heeft als doel de arbeidsomstandigheden in fabrieken te verbeteren. De Foreign Trade Association (FTA) richtte het BSCI keurmerk op in 2002 voor bedrijven in de textielindustrie. Een aantal jaar daarna werd het keurmerk uitgebreid met de agrarische sector, waardoor het keurmerk ook op industriële en primaire productie toegepast kan worden.

Het BSCI keurmerk is geen certificaat, maar een lidmaatschap waarbij je als merk aan een internationaal erkende gedragscode moet voldoen. Een kledingmerk hoeft niet in één keer aan alle voorwaarden te voldoen, omdat de organisatie inziet dat dit vrijwel onmogelijk is in de huidige kledingindustrie. Ook wordt het geleidelijk toewerken naar SA8000 certificering aangemoedigd. Het BSCI keurmerk wordt niet aan een los product of leverancier gegeven, maar aan een kledingmerk in zijn geheel waarbij wordt gekeken naar alle productiefaciliteiten in de keten.

Om lid te kunnen worden van BSCI moet je als deelnemend kledingmerk gebruikmaken van een monitoring systeem. Op deze manier wordt gecontroleerd in hoeverre alle leveranciers aan de gestelde eisen voldoen. Daarnaast worden er onafhankelijke controles gedaan door geaccrediteerde derde partijen. Kledingmerken worden bij deze controles getest of ze binnen een aantal jaar binnen een kader passen. Na 3,5 jaar moet een kledingmerk aan de eisen binnen het ‘Audit Cycle 1’ kader voldoen en na 5,5 jaar aan de eisen van het ‘Audit Cycle 2’ kader.