Algemene milieu-impact

Van sommige dingen die je doet is het overduidelijk dat ze niet echt milieuvriendelijk zijn. Met het vliegtuig op vakantie gaan, een zwembad vullen met kraantjeswater, je lunchpakket meenemen in aluminiumfolie, met de auto naar je werk gaan, en zo zijn er wel nog tientallen voorbeelden waar we ons wel van bewust zijn. 

Maar bij andere dingen zijn we er veel minder mee bezig. Een voorbeeld: onze kleding. Door de fast fashionindustrie groeit de vraag naar goedkope kleding, en daarmee groeit ook de milieu-impact van deze industrie.

Doordat we zoveel kleding kopen en ook weer weggooien, maar natuurlijk ook door de manier waarop het geproduceerd wordt, is de kledingindustrie verantwoordelijk voor zo’n 10 procent van de totale CO²-uitstoot. Dat is meer dan de uitstoot van alle internationale luchtvaart én het transport over zee bij elkaar in 2019. Als dit tempo zo door blijft gaan, dan zullen de broeikasgasemissies van de mode-industrie tegen 2030 met meer dan 50% zijn gestegen.

Daarnaast ontstaan er over de hele wereld tekorten aan water door de industrie en raakt er water door vervuild. De fashionindustrie produceert 20% van het wereldwijde afvalwater en staat op de tweede plaats van ’s werelds grootste waterverbruik.  

En dan is er nog iets waar we niet bij stilstaan: de kledingindustrie levert een flinke bijdrage aan de hoeveelheid plastic in onze oceanen.

Dit is helaas de impact van fast fashion op onze planeet.

De kledingproductie is sinds het jaar 2000 ongeveer verdubbeld en blijft stijgen.

Mensen kopen ongeveer 60 procent meer kleding dan in 2000, maar de kleding verdwijnt twee keer zo snel in de vuilbak.

In Europa maakten kledingmerken die met fast fashion werken in 2000 gemiddeld nog maar twee collecties per jaar, inmiddels zijn dat er vijf.

Sommige merken maken er nog meer. Zara maakt bijvoorbeeld 24 collecties per jaar en H&M tussen de 12 en de 16.

Veel kleding eindigt uiteindelijk op de vuilnisbelt. Iedere seconde wordt er wereldwijd het equivalent van één vuilniswagen vol weggegooid en verbrand, wat eveneens een grote bijdrage levert aan de hoge CO²-uitstoot.

Per jaar wordt er een hoeveelheid van 2 miljoen zwembaden aan water gebruikt voor het verven van textiel.

Het vervuilde restwater wordt gedumpt in lokale rivieren, beken of sloten. Dat is de op één na grootste oorzaak van watervervuiling ter wereld. 

Daarnaast heeft de katoenplant, de belangrijkste grondstof van textiel, ongelooflijk veel water nodig. De productie van een simpel katoenen T-shirt heeft zo’n 2700 liter water nodig en een gewone jeans wel 7500 liter! 2700 liter is voldoende water voor één persoon om 2,5 jaar van te drinken.

In een rapport dat in 2017 werd gepubliceerd door de International Union for Conservation of Nature (IUCN) wordt geschat dat 35 procent van alle microplastics in de oceaan terecht zijn gekomen door kleding te wassen.

Door het wassen van kleding komen er jaarlijks ongeveer 500.000 ton aan microvezels vrij. Dit staat ongeveer gelijk aan 50 miljard plastic flesjes. Microvezels zijn kleine deeltjes plastic die niet afbreekbaar zijn. De grootste boosdoener hiervan is de stof polyester. De plastic stof is te vinden in ongeveer 60% van alle kleding en is verantwoordelijk voor 2-3 keer meer CO²-uitstoot dan katoen.